De meeste zorgvragers die we hebben, hebben naast hun verstandelijke beperking gedragsproblemen die voort komen uit angst. Angst die ontstaan is omdat ze zich jaren lang alleen staande hebben moeten houden in een wereld die ze niet begrepen en de wereld hen niet. Of de leefomgeving zorgde voor een onveilige situatie, veel stress en strijd.

Die angsten zorgen voor ernstige, pijnlijke en bizarre gedragingen, zoals: diverse vormen van automutilatie, sterk agressief gedrag naar mensen en voorwerpen, alcoholverslaving, conversiestoornissen en afsluiting voor de wereld om zich heen. Dat gedrag zien we als een overlevingsfunctie. De persoon wil overleven, maar heeft dit gedrag nodig om zijn controle te behouden. De persoon ligt overhoop met zijn eigen persoonlijkheid en heeft daardoor grote problemen met relaties tot mensen en de dingen om hem heen. In het verleden liepen de hulpverleners daardoor vast, vooral omdat niet erkend werd dat het gaat om mensen met een verstandelijke beperking. Door de familie werd de beperking niet erkend en de hulpverlening ging daardoor ook met de verkeerde methodes zoeken naar oplossingen.

Om de cliënten te ondersteunen en begeleiden is het aanpakken van het gedrag niet afdoende om werkzaam te zijn. Wij kijken naar de achterliggende informatie en de aanleidingen van de problemen. Door betekenis toe te kennen aan het probleemgedrag, proberen we aan te sluiten bij de belevingswereld van de bewoner. Door op hun eigen individuele niveau aan te sluiten, reiken we de hand om samen met hen de wereld aan te kunnen. Samen kijken we naar de inbreng van de persoon zelf en leggen we een deel van de verantwoording bij hen zelf neer. Samen zoeken we naar oplossingen en reiken we handvatten aan hoe ze de wereld aankunnen. Het belang van elke bewoner staat voorop. Hiermee proberen we het vertrouwen van de bewoner te vergroten, van hun zelfvertrouwen en het vertrouwen in anderen. Want dat is erg beschadigd, in de loop der jaren. We merken dat wanneer we het vertrouwen kunnen vergroten het probleemgedrag afneemt.

We proberen patronen te ontdekken als het probleemgedrag zich manifesteert, zodat we leren herkennen wanneer dit ontstaat om zo te komen naar een vroegtijdig ingrijpen, zodat het probleem zich niet gaat voordoen. De beste begeleiding bestaat uit het voorzien van problemen, hierop vooruitlopend ingrijpen, zodat het probleem afzwakt en zelfs niet meer voorkomt. Hiervoor is het nodig dat er met de bewoners een goede band ontstaat. Dat ze elkaar kunnen vertrouwen en de begeleiding de bewoner bij de hand kan nemen om op zijn niveau de wereld aan te kunnen, met zijn eigen verantwoordelijkheid.

Hulpverleners werken vaak vanuit de situatie dat zij in het huis van de persoon hulp moeten gaan verlenen. Dit wordt vaak gezien als bemoeizuchtig. De persoon voelt zich in zijn omgeving vaak voldoende veilig om dan de hulpverlening te werken, of zelfs letterlijk naar buiten te slaan. Onze kracht in de hulpverlening is dat we de mensen uit hun omgeving halen, ze plaatsen bij ons in de dagbesteding. Hierdoor begeven ze zich op vreemd terrein, waar ze niet de baas zijn en worden daardoor afhankelijker van de hulpverlener. Hierdoor ontstaat er sneller een vertrouwensband. Zodra het vertrouwen op een goed niveau is beland, gaan we terug naar de woning om daar de hulp te verlenen. Dat wordt dan sneller aanvaard en niet ervaren als bemoeizorg. 666778272

Voor de begeleiders worden voortdurend trainingen en scholing gegeven om het begeleidingsniveau op peil te houden, zoals wij voor ogen hebben. Aangepast op het niveau van de problematiek die zich voordoet bij de bewoners. Een van de belangrijkste methodes die we hanteren is de methode van Heijkoop. Die sluit zeer goed aan bij onze visie en handelswijze die we al jaren bezigen. Het boek wat hoort bij deze methode is de grondslag die wij willen uitdragen en hanteren. Iedere persoon die bezig is met begeleiden. krijgt dit boek bij aanvang. In het boek staan diverse voorbeelden die ook binnen de woongroep gebeuren. Er worden goede handreikingen gegeven om hiermee om te gaan.
geef me de vijf
Tevens maken wij gebruik van de methode ‘Geef me de vijf’. Dit is een methode hoe om te gaan met een persoon met autisme. Dit is toepasbaar op onze bewoners en bied veel handvatten om hen te begeleiden.